Categorie

Bezwaren & handhaving

Categorie

Wat mag je als huurder of eigenaar eigenlijk verwachten als er direct naast je gesloopt of gebouwd gaat worden? Dit overzicht zet de rechten en verschillen op een rij.

Huurder of eigenaar: wat is het verschil?

Veel omwonenden denken dat ze als huurder minder rechten hebben dan een eigenaar. In de praktijk is dat bij ruimtelijke ordening, sloop en bouwplannen niet zo. De wet kijkt naar direct belanghebbenden: mensen die de gevolgen van een besluit of bouwproject ondervinden. Dat geldt dus óók voor huurders.

Rechten als huurder

  • Belanghebbende bij vergunningen – Je kunt net als een eigenaar bezwaar maken tegen een omgevingsvergunning, een wijziging van het bestemmingsplan of een sloopmelding.
  • Recht op veiligheid en leefbaarheid – Gemeente en ontwikkelaar moeten zorgen dat je woongenot niet onnodig wordt aangetast. Bij gevaarlijke situaties (zoals sloop direct tegen je tuinmuur) mag je handhaving vragen.
  • Zelfstandig optreden – Je hoeft niet via je verhuurder te gaan. Ook als de verhuurder geen actie onderneemt, kun je zelf brieven sturen, bezwaar maken of een handhavingsverzoek indienen.

Rechten als eigenaar

  • Volledige zeggenschap over je perceel – Je kunt bezwaar maken vanuit je eigendomsrecht en de erfgrens formeel afdwingen.
  • Aansprakelijkheid en schadeclaims – Schade aan beplanting, muren of grond kun je rechtstreeks verhalen op de ontwikkelaar of aannemer.
  • Sterkere onderhandelingspositie – Omdat je juridisch eigenaar bent, heb je meer mogelijkheden bij onderhandelingen of schadeclaims.

De praktijk

Of je nu huurder of eigenaar bent:

  • Je bent belanghebbende zodra je naast het project woont.
  • Je hebt recht op informatie en kunt bezwaar maken.
  • Je kunt handhaving vragen bij onveilige of illegale situaties.

Het enige verschil is dat een eigenaar ook het eigendom van de grond of muur kan inroepen, terwijl een huurder dat via de verhuurder moet doen. Voor procedures bij de gemeente (zoals vergunningen of bezwaren) maakt dat géén verschil.

Ervaring met de verhuurder

Onze verhuurder wist aanvankelijk ook van niets en gaf aan het probleem van de erfafscheiding te willen afwachten in de hoop dat het project dit zou oppakken. Maar juist dit illustreert waarom het belangrijk is dat huurders zelf hun rechten benutten. Ook al zou de verhuurder actie ondernemen, dan nog blijft het nodig om als direct omwonende zelf bezwaar te maken, meldingen te doen en betrokken te zijn. Het recht om op te komen voor je leefomgeving ligt namelijk óók bij de huurder – en dat kan een verhuurder je nooit uit handen nemen.

Wat zegt de wet?

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt wie als belanghebbende wordt gezien: degene die feitelijk de gevolgen ondervindt van een besluit. Dat kan een eigenaar zijn, maar óók een huurder.

  • Het maakt dus niet uit of je huurt of bezit: als direct omwonende mag je bezwaar maken, een verzoek tot handhaving indienen en je mening geven over de plannen.
  • Alleen bij eigendomsschade (bijvoorbeeld als een muur of grond juridisch jouw eigendom is) heeft een eigenaar aanvullende rechten.
  • Voor alle andere punten – zoals inspraak, informatie en bezwaar – zijn de rechten van huurder en eigenaar hetzelfde.

Conclusie

Huurders hebben in dit soort dossiers evenveel rechten als eigenaren. Je woonsituatie en directe belang bepalen je positie – niet de eigendomspapieren. Het argument “u huurt alleen” gaat dus niet op: de gevolgen zijn net zo ingrijpend, en je hebt dezelfde juridische mogelijkheden om op te komen voor je veiligheid en leefomgeving.

Relevante naslagwerken en uitspraken

  • AB 2020/253 “Huurder belanghebbende. Ook een ander dan de overtreder kan belanghebbende zijn”
    In deze uitspraak oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat huurders in het geval van een last onder dwangsom betrokken kunnen worden als belanghebbenden, met name wanneer het woonrecht in het geding is. Hekkelman
  • Hekkelman – kennisartikel “Huurder belanghebbende”
    Dit artikel beschrijft hoe huurders als belanghebbenden worden gezien, ook als ze niet de overtreder zijn, op basis van het feit dat hun woonrecht op het spel staat. Hekkelman
  • Rechtbank Midden-Nederland 1 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4713
    In een zaak over handhaving in het omgevingsrecht wordt gesteld dat huurders van aangrenzende percelen in beginsel als belanghebbenden mogen worden beschouwd, tenzij uitgesloten is dat zij feitelijke gevolgen ondervinden. handhavingsrecht.nl
  • Rijksoverheid: “Kan ik bezwaar maken tegen de bouwplannen van mijn buren?”
    Hier wordt als basisinformatie aangegeven dat omwonenden bezwaar mogen maken tegen een verleende omgevingsvergunning tot zes weken na verlening — ongeacht of zij huren of bezitten. Rijksoverheid

In de correspondentie met de gemeente Almelo, specifiek met een jurist van de afdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, komt een vast patroon naar voren:

  • Er wordt steeds bevestigd dat wij belanghebbenden zijn.
  • Er wordt steeds bevestigd dat er nog geen vergunning en geen sloopmelding zijn.
  • Er wordt steeds bevestigd dat zonder vergunning wettelijk niets mag.

Toch blijft het bij bevestigingen op papier. Terwijl wij feitelijk meldingen doen van activiteiten op en rond het pand (aanwezigheid van Hoek Bouwbedrijf met een sloopbedrijf, schoonmaakbedrijf, inventarisaties, nutsbedrijven in de tuin), volgt er geen enkele zichtbare actie of handhaving.

Citaten uit de mailwisselingen

  • “Het is aan de aanvrager van de omgevingsvergunning om zonder omgevingsvergunning voorbereidende werkzaamheden uit te voeren waarvoor geen vergunning nodig is. Dat is voor rekening en risico van de aanvrager.” (15 juli 2025)
  • “Als eigenaar/bewoner van het naastgelegen perceel bent u belanghebbende bij de verlening van een omgevingsvergunning en kunt u dus bezwaar maken tegen een besluit om een omgevingsvergunning te verlenen.”
  • “Er is nog geen omgevingsvergunning verleend. Ook is er nog geen sloopmelding ingediend.” (8 april 2025)

Update – 26 september 2025

In een nieuwe reactie bevestigt de gemeente opnieuw dat er nog geen vergunning en geen sloopmelding zijn. Dit terwijl er zichtbaar al activiteiten plaatsvinden. Opvallend is dat in deze mail voor het eerst weer expliciet wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming en de rol van de provincie.

De gemeente schrijft dat:

  • Er nog geen omgevingsvergunning is verleend voor de woningen en appartementen.
  • Wij daar direct over geïnformeerd worden zodra een vergunning wordt verleend.
  • Bij meer dan 10 m³ sloopafval en/of aanwezigheid van asbest een melding verplicht is en dit in de vergunning wordt opgenomen.
  • Er nog geen sloopmelding is ingediend.
  • Voor flora- en fauna-activiteiten (zoals vleermuisverblijfplaatsen) een aparte vergunning nodig is, waarbij de provincie bevoegd gezag is. Naar video vleermuizen

Wat wij constateren

  • Voorbereidende sloopactiviteiten worden gewoon uitgevoerd, zonder vergunning of melding.
  • Vleermuizen zijn waargenomen en herhaaldelijk gemeld bij zowel gemeente, Omgevingsdienst Twente als provincie, maar er volgt geen zichtbaar onderzoek of beschermende maatregel.
  • Verkoop en promotie lopen al via makelaars, terwijl vergunningen ontbreken.
  • Direct omwonenden worden formeel erkend als belanghebbenden, maar in de praktijk buiten spel gezet en nergens in gekend.

Conclusie

Het beleid van de gemeente lijkt neer te komen op: erkennen wat er op papier staat, maar ondertussen niets doen met meldingen of toezicht. Daarmee wordt de deur opengezet voor initiatiefnemers die alvast hun gang gaan.

De term “voor rekening en risico van de aanvrager” klinkt juridisch, maar betekent in de praktijk dat omwonenden de gevolgen moeten dragen – zonder dat er daadwerkelijk wordt ingegrepen zolang er formeel geen besluit ligt.

De recente verwijzing naar vleermuizen laat zien dat onze meldingen wel degelijk relevant zijn, maar bevestigt tegelijk het patroon: pas zodra meerdere instanties worden betrokken, komt het onderwerp weer in beeld. Dat onderstreept hoe kwetsbaar de positie van omwonenden is zolang toezicht en handhaving feitelijk achterwege blijven.

Volgens de wet is een sloopmelding verplicht zodra er meer dan 10 m³ afval vrijkomt bij een sloop. Die grens is helder en bedoeld om veiligheid, afvalverwerking en toezicht te garanderen.

Feiten en observaties

De foto’s laten zien dat het gaat om een volledig pand met stevige muren, vloeren, een kapconstructie en bovendien meerdere kassen erachter. Dit is geen klein schuurtje of bijgebouw, maar een aanzienlijke bebouwing die al decennialang in gebruik is.
Bij een eenvoudige berekening kom je al ruim boven de grens: per vierkante meter vloeroppervlak ontstaat gemiddeld 0,5 tot 1 m³ sloopafval. Het hoofdgebouw alleen al is circa 140 m² groot. Daarmee zit je op tientallen kuubs puin, exclusief bijgebouwen en kassen.
Daarbij komt dat de kans groot is dat er asbest aanwezig is (bouwjaar, type pand en gebruik wijzen daarop). Juist in zo’n geval is een sloopmelding onmisbaar, zodat risico’s voor gezondheid en milieu vooraf in kaart worden gebracht.

Reactie vanuit de gemeente

Ondanks herhaalde vragen, meldingen en correspondentie is er vanuit de gemeente nooit een concrete uitspraak gedaan over de meldingsplicht. Steeds werd dit in het midden gelaten: men bevestigde dat er géén melding was ingediend, maar erkende nooit formeel dat dit pand groter is dan 10 m³ en dus meldingsplichtig. Daarmee blijft de juridische werkelijkheid bewust in het ongewisse gehouden.

Conclusie

Het is niet de vraag óf de meldingsgrens overschreden wordt, maar met hoeveel tientallen kuubs – en welke gevaarlijke stoffen daarbij vrijkomen. Toch is er tot op heden géén enkele sloopmelding ingediend. Dat de gemeente hier na maanden contact geen duidelijkheid over geeft, bevestigt het probleem: regels bestaan, maar de toepassing en handhaving blijven uit.

Rekenvoorbeeld: hoeveel kuub afval?

  • Hoofdgebouw: ca. 140 m² vloeroppervlak
    → gemiddeld 0,5–1 m³ afval per m² = 70–140 m³ sloopafval
  • Bijgebouwen en kassen: nog tientallen m² extra
    → levert minstens 30–50 m³ extra afval op

Totaal: ruim 100–190 m³ sloopafval, dus een veelvoud van de wettelijke grens van 10 m³.